Eind november vlieg ik met klimmaatje Edwin naar Brindisi. De volgende dag wordt de nieuwe kachel geleverd. En Edwin moet wat energie kwijt en wil ons huisje beoordelen voor zijn vrouwen. We vliegen vroeg en nog voor het middaguur staat Edwin in t-shirt stookhout te zagen.

 Als ik hem beloon met zijn eerste Peroni zegt hij stralend: "Wat hebben we toch een goed leven". En zo is het Edwin, en het is nog niet voorbij! 's Middags gaan we wijntjes proeven bij de Cantina Sociale. We slaan de nodige jerrycans in, voor als Annemieke zaterdag aankomt. We verkennen het dorp en eten bij Osteria Le Valle. Typisch Pugliese keuken, helemaal goed. "Wat hebben we toch een goed leven" klinkt weer; het wordt ons weekend motto.

De volgende ochtend, stipt op tijd, komen twee mannen met een Yøtul van 200kg de heuvel oprijden. Zeer voorzichtig wordt de Jugendstil ontmanteld, die gaat blijkbaar het antiekcircuit in. Ze werken echt keurig en maken foto's van de vorderingen, naar later blijkt als bewijsmateriaal voor de EU-subsidie.

Na een boterhammetje wordt de Yøtul met een hijskraan naar de voordeur gehesen. Ze monteren 'm echt keurig netjes, steken 'm aan als bewijs en maken een laatste foto voor de EU. Echt keurig werk en een prachtig resultaat. Doordat de Yøtul veel kjleiner is dan z'n voorganger, komt je de natuurstenen trullo-muur veel mooier tot zijn recht.

Als de mannen weg zijn, en Edwin is klaar met het snoeien van boomgaard 2, dan gaan we het vieren. We rijden naar Locorotondo, om de traditionele kerstversiering daar te bekijken, èn een bezoekje te brengen aan Casa Pinto, de beste pizzeria van de regio. We eten op het dakterras. Een "Wat hebben we toch een goed leven" klinkt...

Vrijdag rommelen we wat in de tuin, snijden het snoeihout klein en sprokkelen nog wat hout voor de hottub. Die stoken we op e ndan zit je zomaar eind november in eem zonnetje met een drackje in je hottub. "Wat hebben we toch een goed leven", zei Edwin spontaan. 's Avonds eten we een goed stuk vlees bij Zio Pietro en we worden langzaam zat en gelukkig.

Zaterdag komt Annemieke aan. Ze had wat feestjes in Nederland en liet Edwin en mij het kachelgedoe regelen. Helemaal prima natuurlijk. Als ze binnenkomt, heeft Edwin het huis heerlijk warm gestookt. Als dank zetten we hem 's middags op het vliegtuig terug. We hebben nog een paar warme daagjes samen.

We maken een mooie wandeling in de buurt van Ostuni; we zoeken en vinden de 'Grotta dei Millenari'. De heuvelrug die een paar kilometer uit de oostkust ligt en basis is voor alle leuke dorpen in de regio, blijkt al duizenden jaren bewoond. We zien onderweg diverse muurschilderingen en bereiken na wat geklauter de grot. Daarvandaan kijken we uit over kilometers land met duizenden olijfbomen, en daarachter de felblauwe Mare Adriatico.

Tja, na zo'n weekje onderschrijft ook Annemieke het: "Wat hebben we toch een goed leven".